Overgave

Ik hou Emma stevig vast, ik voel hoe ze wordt beetgepakt door onbekende handen. Ik voel een hand op mijn schouder “mevrouw, lukt het om een stap naar achter te doen? Geef haar maar, ze is in goede handen”. Ik hoor nauwelijks wat de onbekende vrouwelijke stem tegen mij zegt. Ik voel hoe er harder aan Emma wordt getrokken. In mijn hoofd verkrampen mijn gedachten. Langzaam verlies ik het contact met het ondertussen levenloze lichaampje van mijn kind. De paniek slaat toe, ik open mijn ogen en voor ik het weet staan er 6 artsen rond het bed. Ik verlies Emma uit het oog en draai me om, achter mij zit Marian. Met grote verwarde ogen kijkt zij me aan, de pijn en medelijden voel ik direct binnenkomen. Angst, samen hebben we de grootste angst die ik ooit gevoeld heb. En voor de tweede keer, net zoals tijdens mijn bevalling, voel ik me een met die vrouw op de stoel. Die vrouw die me beetpakt en naar zich toe trekt, “kom”. Ze helpt me de kamer uit en op de gang pakt ze me stevig beet, ondertussen kijk ik door het gat van de deur toe hoe Emma door meerdere vreemde handen wordt vastgehouden. Een zuurstofmasker op haar kleine kwetsbare snuitje, naalden worden in haar arm geprikt en iedereen rent in paniek de kamer in en uit.

WHAT THE HELL?

Dit zie je toch alleen maar in films? De verpleegkundige proberen mij te kalmeren, Marian staat verloren naast me en besluit terug op haar stoel te gaan zitten. Ik voel dat zij dit als haar plek ziet, wakend over haar kleinkind, zodat wanneer ik de kamer verlaat er altijd twee vertrouwde ogen op haar zijn gericht. SHIT, Clenn bellen. Die is nog op zijn werk. JE MOET KOMEN, NU! Ja het is echt fout, nee niet straks, NU. Ze heeft een zuurstofmasker, epileptische aanval, NU, NU KOMEN!

Marian staat op, pakt onze telefoons en zegt dat ze Clenn beneden zal ophalen, ondertussen voel ik aan alles dat Clenn al onderweg is. Die weet dat als het serieus mis is, het ook écht serieus mis is.

De arts legt mij uit dat ze haar medicijnen zullen toedienen via een infuus om vroegtijdig hersenvliesontsteking tegen te gaan. Ook moet zij acuut een ruggenprik, daar kan niet mee gewacht worden. Ik weet van mijn moeder dat zij dit heeft meegemaakt met mijn broer, advies: Niet aanwezig zijn bij een ruggenprik.

Ik besluit dan ook in de deuropening te blijven staan, als je denkt aan zo’n film…. Zo’n film met een verwarde moeder, waarvan je niet weet of ze elk moment in elkaar klapt of wegrent. Zo een waarbij je thuis op de bank zit te huilen en je adem stokt als je ernaar kijkt. Continu wordt er aan mij gevraagd of het wel goed met me gaat en of iemand wat voor me kan doen. Ik besluit naar het toilet te gaan, even weg. Terwijl ik mijn tranen wegveeg en mijn neus snuit, loopt de urine gevoelloos de pot in. Ik ben zo wanhopig, mijn gevoel in mijn lijf is bijna niet meer te voelen. Ik sla een kruis en bid tot God.

Dit doe ik trouwens nooit, want ja wie is God nou eigenlijk. Een bemoeial af en toe, pff altijd maar het beter weten. De zon achter de wolken, de regenboog na de regenbui, wel fijn dat de paraplu’s er zijn. Maar wie bedenkt het nou om het te laten regenen om 6 uur in de ochtend als mensen op de fiets door de kou met tegenwind naar hun werk moeten? Ja, je raad het al, dat is de eigenaardige eigenwijze God. Maar goed terug naar mijn wanhoop moment.

Ik sluit mijn ogen en zeg drie keer hardop: “Neem haar niet weg van mij, neem haar niet mee ALSTUBLIEFT!”

Ik sta op en loop terug naar de kamer, wanhopig kijk ik van de kamer naar de gang en terug. Waar blijft Clenn nou? Ik kan dit niet alleen, ik kan dit niet! Wanneer de wanhoop me bijna de grond onder mijn voeten wegveegt, zie ik Clenn en zijn moeder bijna rennend de gang op komen. Clenn in zijn motorjas met zijn helm in zijn hand. Ik ren op ze af en begin gelijk te ratelen, ruggenprik, hersenvliesontsteking, opname, epilepsie, bloedprikken, zuurstof. Marian begint door de paniek te schreeuwen, zij heeft als baby een hersenvliesontsteking gehad, door de complicaties slecht horend geworden en voor haar leven getekend. Clenn, zoals hij is, probeert het te sussen, hij probeert ons te kalmeren, we moeten niet te snel vooruitdenken. Laten we het afwachten.

Hij loopt de kamer in en de stoere Clenn, met zijn motorjas en zijn zelfverzekerde houding, veranderen in een bezorgde vader. Ik zie de schrik in zijn ogen wanneer hij naar het hele gebeuren staat te kijken. Oh wat houdt die man van zijn dochter, wie niet zou je denken. Maar nee Clenn, Clenn is een geval apart. Als er iemand beschermend is, dan is Clenn dat wel. En dit, dit alles is zo onwerkelijk.

De ruggenprik zal gegeven worden en ik besluit samen met mijn schoonmoeder in het kamertje ernaast te gaan zitten, Clenn blijft bij Emma om te zorgen dat er ten alle tijden twee vertrouwde ogen op haar gericht zijn. Dat is dus iets wat hij van zijn moeder heeft overgenomen, wolfpack.

Marian en ik zitten in de kamer, ze drukt me stevig tegen haar aan. Met mijn hoofd strak gedrukt in haar felrode jas, zo strak dat ik bijna zou denken dat mijn hoofd uit elkaar klapt. De verpleegkundige komt met een box vol tissues en ik maak nog ergens de grap dat ik blijf zitten tot ik al die stomme rot tissues uit de box heb getrokken. Ik begin ze een voor een als een maniak vol agressie uit de box te trekken en op het moment dat er een blijft hangen word ik boos op de box. Alles is oneerlijk, zelf de gedachten dat de tissue mij niet wil doen wat ik wil is ellendig.

NEXT